Hoe ziet jouw ‘digitale ik’ er uit?

wie is je digitale ik?Iedereen laat online iets van zijn of haar persoonlijkheid zien. Met weblogs, sociale netwerken en Twitter tonen we onze ‘digitale ik’. Geen van deze opties geeft een totaal beeld en veel factoren beïnvloeden de ervaring. Dus hoe ziet jouw ‘digitale ik’ eruit?

De vraag ‘wie ben ik?’ lijkt op het eerste oog eenvoudig te beantwoorden. Ik kan mijn naam noemen, mijn hobbies en interesses en/of mijn werk. Maar is dat wie ik ben?

Iets dergelijks doet zich online voor, maar met extra complicaties. In real-life kan ik mezelf nog toelichten als iemand me niet snapt. In real-life heb ik zelf een grote controle over hoe ik mezelf presenteer. In real-life kan iemand mij face-to-face zien en mijn gedrag waarnemen. Die opties gaan online grotendeels niet op.

Ik ben online en online ben ik…

Online ben ik de tien zoekresultaten die mensen zien als ze Martijn Couprie googlen. Online ben ik mijn MySpace, LinkedIn, Hyves of Facebook profiel. Online ben ik mijn laatste Twitterbericht. Online ben ik die Nederlandse gozer die de officiële Dog Eat Dog site bijhoudt.

Wie ik online ben hangt af van de informatie die iemand over mij te zien krijgen. Die informatie is momenteel nog locatiegebonden. Het beeld dat mensen van je krijgen hangt af van waar ze online kijken.

je digitale ik op sociale netwerkenwhat …to use and not use van David Silver

Mijn naam is Martijn en ik doe een zoekresultaat na

Over Google’s zoekresultaten heb ik beperkte controle. Met mijn SEO kennis kan ik de zoekresultaten beïnvloeden. Iemand die die kennis niet bezit (99,99% van de mensen) kan dat niet. Zij zijn aangewezen op Google’s algoritme, dat een sterke voorkeur heeft voor bepaalde sociale netwerken.

En wat te denken van het grappen en misbruik? Zowel Barack Obama als Bush Jr. (beiden een ‘miserable failure’) en Balkenende (raar kapsel) zijn beide slachtoffer geworden van ‘Google bombing’, een techniek waarbij bepaalde zoekresultaten specifiek naar boven worden geduwd. Het beeld dat anderen van je krijgen is zo relatief eenvoudig te beïnvloeden door anderen.

Gelukkig heb ik een unieke naam. Stel dat je Jan Jansen heet. Dan deel je je naam, en dus dat deel van je ‘digitale ik’ met vele anderen. Voor je het weet denkt men dat je wielrenner was of schoenen ontwerpt.

Mijn naam is Martijn en ik ben sociaal

Op MySpace ben ik een muziekliefhebber, met internationale connecties. Typerend voor MySpace heb ik een aantal van mijn favoriete artiesten in mijn netwerk. Daarnaast ben ik op LinkedIn de online marketeer met zakelijke connecties en een (kort) arbeidsverleden. Terwijl ik op Facebook en Hyves die luie donder ben die al een jaar niet meer ingelogd heeft!

Hoe mensen je online zien wordt daardoor grotendeels bepaald door de locatie waar ze je zoeken. De meeste mensen zullen de foto’s, teksten en reacties van vrienden op bijvoorbeeld Hyves niet op LinkedIn plaatsen. Daardoor kan je je zakelijk presenteren richting een recruiter en persoonlijk richting je vrienden.

Je bent ook wat je niet zegt. Tenzij anderen dat doen.

Net als offline ben je online ook wat je niet zegt. Informatie over jezelf weglaten kan een krachtige manier zijn om het beeld dat anderen van je hebben te beïnvloeden.

Zowel offline als online kunnen anderen de informatie die je weglaat aanvullen. Online is dit veel gemakkelijker geworden. Op sociale netwerken iedereen een reactie op je profiel achterlaten. Daarover heb je enige controle. Op Twitter kan iedereen reageren op jouw Tweets. En op een willekeurig forum kan iemand zich helemaal over je uitleven (iets wat veel bedrijven ervaren als klanten bijvoorbeeld het Tros Opgelicht forum ontdekken!).

wat anderen over jouw zeggenSocial Media ROI van Intersection Consulting

Hoe informatie samenvoegen je ‘digitale ik’ beïnvloed

Momenteel zijn alle plaatsen waar je je online kan presenteren losse eilanden. De eerste stappen richting het creëren van één ‘digitale ik’ worden momenteel gezet.

Met het lanceren van Google Buzz probeert Google je verschillende netwerken te integreren op één plaats. Google heeft terecht veel kritiek gekregen voor het openbaren van connecties en (persoonlijke) informatie binnen en buiten je netwerken. Desondanks gaan de ontwikkelingen door.

Google Buzz is slechts een van de diensten die gebruikt maakt van open social, het programma waarmee bedrijven en sociale netwerken informatie delen. Google Buzz is daarmee een eerste stap naar een centrale locatie, waar informatie over jezelf samenkomt met je netwerk.

Yourank en Google You?

Hoe lang zou het nog duren voordat Google of een andere bedrijf data over jouw gaat gebruiken om een eigen versie van jouw ‘digitale ik’ te presenteren?

Het enge aan die gedachte is dat de informatie die je zelf opgeeft doodeenvoudig te manipuleren is. Daarom stapt Google zoveel mogelijk af van manipuleerbare meta-data, zoals de keywords meta-tag. Juist daarom gebruikt Google links van andere websites als ranking signaal, aangezien die moeilijker te beïnvloeden zijn. Het is dan ook een logische stap dat wat anderen over jouw zeggen een betere indicatie gaat geven van je ‘digitale ik’ dan de informatie die je zelf opgeeft.

Er zijn al websites zat de reviews scrapen en samenvoegen tot een meta-review. Wat als alles wat anderen over jouw zeggen samengevoegd wordt tot jouw ‘digitale ik’ waar je nauwelijks controle over hebt?

Tot die tijd blijft het belangrijk om na te denken welke ‘digitale ik’ je zelf presenteert, je te realiseren dat ‘what happens online, stays online’ nog steeds opgaat en vooral goede vrienden te blijven met de mensen in je netwerk!

Afbeelding bovenaan: Personas van Nicolas Nova

No related posts.

Gerelateerde bijdragen mogelijk gemaakt door Yet Another Related Posts Plugin.

Dit bericht was geplaatst inGoogle, Online marketing, social media, Trends. Bookmark the permalink. Plaats een reactie of laat een trackback achter:Trackback URL.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*

U kunt de volgende HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>